English

Voor de gesneuvelden

Met trotste dank, een moeder voor haar kind,
rouwt Engeland om haar doden, hier aan de overkant.
Vlees van haar vlees, geest van haar geest,
gevallen voor een naam, die vrede heet.

Plechtig huiveren de trommels: een dode augustus
vol koningsliederen, verdriet dat zingt in onsterfelijke tonen.
Er is daar zelfs een liedje, in 't midden van die leegte
als een glorie die schijnt, maar in de diepte van onze kloven.

Met deze liederen gingen zij; naar de oorlog, en jong waren ze nog:
Rechte ruggen, steevast, een waarheid blinkend in hun ogen.
Ze waren trouw tot over 't einde, zelfs toen de kansen keerden:
Gevallen voor de vijand, maar diep hun ogen ingekeken.

Oud zullen ze niet worden, terwijl oud ons enkel rest.
Geen kommer om de jaren; geen schuldgevoel om dragen.
Wanneer de zon haar stralen laat; 's morgen vroeg de verte raakt
zullen we hen herdenken.

Hun lach vertoeft niet meer onder vrienden.
Hun plaats aan tafel is leeg.
Arbeid is niet langer aan hen besteed.
Ze slapen, Engeland heeft hen zacht toegedekt.

Maar waar onze verlangens, onze diepste hoop,
een goede inval daar, een verloren droom,
zijn z'in Engeland, met 't diepste hart verbonden
als sterren, zoals de nacht dat enkel weet.

Wanneer ze schitteren, en wij tot stof en as zullen zijn,
gaan zijn vooruit, in rechte rijen langs 't hemels veld.
Als sterren helder, en wij slechts duister,
staan zijn aan 't einde…ze zullen blijven.

Oud zullen ze niet worden, terwijl oud ons enkel rest.
Ze kommeren niet om jaren en hebben geen schuldgevoel om dragen.
Wanneer de zon haar stralen laat; 's morgen vroeg de verte raakt
zullen we hen herdenken.

Vrije vertaling van "For the Fallen, Laurence Binyon" - Door Luc Vanbeselaere

 

Laurence Binyon (1869-1943), de schrijver van dit gedicht, werd geboren in Lancaster in 1869. Na zijn studie aan het Trinity College in Oxford, waar hij de Newdigate poëzie pijs won, werkte hij voor het Brits Museum alvorens deel te nemen aan de (1e Wereld-) oorlog. In de tijd dat hij werkzaam was voor het Brits Museum ontwikkelde hij een expertise in Chinese en Japanse kunst. Naast zijn meest bekende gedicht "Voor De Gesneuvelden" (1914), waarvan het vierde vers het meest bekend door voordracht tijdens talloze oorlogsherdenkingen, publiceerde Binyon werk over o.a. Botticelli en Blake. Na de oorlog keerde hij terug naar het Brits Museum. Zijn gebundelde gedichten zijn in 1931 gepubliceerd.