English
42-40054

Boeing B17 388BG 561BSQ mid-air

Letter F   Formatieleider Capt. George C. Job Overleden
Model Boeing B17G Flying Fortress   Vlieger Capt. Paul Eugene Brown Onbekend
Sqn 561BSQ   2e Vlieger/Waarnemer 2nd Lt. Joseph Paul Lechowski Overleden
Crash oorzaak In de lucht gebotst met 42-37886 Blitzing Betsy   Navigator 1st Lt. John William DuPrey Overleden
Crash Locatie Schoonebekerveld nabij Weiteveen   Bommenrichter 2nd Lt. Rolland Turner Gill Krijgsgevangene
Tijd 14:50   Radiotelegrafist T/Sgt. John Basil Blatz Overleden
      Boordwerktuigkundige T/Sgt. Roy Ellsworth Joyce Krijgsgevangene
      Buikkoepelschutter S/Sgt. Edwin W. Pfanner Krijgsgevangene
    Zijkoepelschutter S/Sgt. Elbert Paul (Bert) Moyer Krijgsgevangene
      Zijkoepelschutter S/Sgt. Walter Scott Reed Overleden
      Staartschutter S/Sgt. William Angelo Marcario Krijgsgevangene

42-40054 door de ogen van Roy Joyce

 

In de linkerstoel van de 42-40054 zat Capt. George C. Job, de squadronscommandant en leider van de formatie van de zgn. 'B' Group. De piloot, Capt. Paul E. Brown, had zijn normale plaats aan hem moeten afstaan en had nu plaatsgenomen in de rechter stoel, waar gewoonlijk de tweede piloot zat, 2/lt. Joseph P. Lechowski. Zoals dat in een dergelijke situatie gebruikelijk was, had deze op zijn beurt de plaats ingenomen van de staartschutter en wel als waarnemer. De bemanning van de 42-40054 bestond dus uit elf personen. De rugkoepel van het vliegtuig werd bemand door T/Sgt. Roy E. Joyce, die op deze dag zijn 20ste missie vloog, de tweede met de bemanning van Paul Brown.

Zoals te lezen in het verslag van "Blitzing Betsy" was dat toestel door jagers getroffen op nadering van de Nederlands/Duitse grens. De mannen in de 42-40054 namen waar dat een van de motoren van het getroffen toestel een spoor rook achterliet. Sgt. Joyce hoorde hoe hun zijluikschutter de parachutes telde die uit het vliegtuig kwamen. Het waren er tien. Het toestel zelf bleef keurig in formatie, blijkbaar vliegend op de automatische piloot.

Botsing

Enkele minuten later verloor hun eigen vliegtuig de oliedruk op de no. 2 motor. Walter Reed, de linker zijluikschutter, meldde dat er rook uit de motor kwam. Hierop vroeg Paul aan George (die immers links van hem zat) of hij de propeller van de getroffen motor in vaanstand wilde zetten. Deze schakelde de motor uit en deed wat Paul hem vroeg. Dit incident was een van de schakels in een keten van gebeurtenissen die een ramp ten gevolge zouden hebben. Want blijkbaar voerde op ditzelfde ogenblik het commandovliegtuig van de lage flight te veel hoogteroer en klom het toestel iets; hoe het ook zij, het vliegtuig botste tegen de onderkant van de 42-40054, juist toen het enige hoogte verloor. Met een huiveringwekkend geraas sloegen de zware metalen propellers van "Blitzing Betsy" de voorrand van de bakboordvleugel van de 42-40054 weg. Bovendien werd een gat geslagen in de stuurboordvleugel, precies op de plaats waar de no. 3 brandstoftank zich bevond... Het betekende het einde van zowel de 42-40054 als van de "Blitzing Betsy". Met een steekvlam die zich van de stuurboordbinnenmotor tot het rechter hoogteroer uitstrekte, vloog de benzine in brand.

Parachute

leder bemanningslid placht gedurende de vlucht een parachuteharnas te dragen, terwijl het eigenlijke parachutepak steeds binnen bereik van de eigenaar ervan was opgehangen, zodat het in geval van nood alleen maar behoefde te worden aangehaakt. Zoiets was in enkele seconden gebeurd. Als een bemanningslid zich in het vliegtuig moest verplaatsen, nam hij zijn parachutepak meestal wel onder de arm mee. Een nadeel van het dragen van een parachute in aangegorde toestand was dat het pak, dat onder de ribben op de buik was bevestigd, de drager sterk in zijn bewegingen hinderde. Vandaar dat sommige mannen in het vuur van hun opwindende bezigheden het aanhaken van het parachutepak soms langer uitstelden dan in feite verantwoord was.

George Job

Vóór de vlucht had Roy Joyce - en vermoedelijk hij niet alleen - zich afgevraagd wat voor een man George Job, met wie hij immers nooit tevoren had gevlogen, wel zijn mocht, maar tijdens de vlucht was hem al gauw duidelijk geworden dat George zijn vak terdege verstond en zich ten volle van zijn verantwoordelijkheden bewust was. Toen George te kennen gaf dat hij nog even wilde wachten met het aanhaken van zijn parachute, nam Roy aan dat zijn commandant niet door het parachutepak wilde worden gehinderd tijdens zijn moeizame pogingen om samen met Paul het vliegtuig onder controle te houden en op deze wijze zo niet het toestel dan toch de bemanning te redden.

Ontsnappen uitgesloten

Roy hing de parachute aan de linkerkant van George's stoel, waar het pak gemakkelijk bereikbaar was. Vervolgens bevestigde hij zijn eigen parachute en begaf zich naar het bommenruim. Toen hij de deur opende, deinsde hij verschrikt terug: het ruim was een zee van brandend gas. Vaag herinnert hij zich dat enkele bemanningsleden in de deuropening stonden die leidde van de radiohut naar het bommenruim en dat hij iemand door het bommenluik zag springen. Hij keerde op zijn schreden terug en ging het compartiment binnen waar de reserveonderdelen waren opgeslagen, juist toen deze ruimte zich met vuur begon te vullen. Hij vond het beter maar niet te gaan morrelen aan het handvat van het ontsnappingsluik en keerde naar zijn koepel terug.

Onverwachte redding

Terwijl hij naar de jagers keek, die opnieuw op de formatie af kwamen razen, zag hij opeens niets meer; toen hij weer bijkwam viel hij door de ruimte, vrij van het vliegtuig. Hij had zijn positieven voldoende bij elkaar om te besluiten nog even te wachten met het openen van zijn parachute en trok pas aan het handvat toen hij de aarde dicht was genaderd.

Op een hoogte van ongeveer 500 meter ging het scherm open. Hij kwam terecht in een sloot die bedekt was met ijs dat versplinterde onder de kracht waarmee hij neerkwam. Moeizaam kroop hij eruit en ontdeed zich van zijn valscherm.

Later, in mei '945, terwijl ze wachtten op hun evacuatie vanuit het krijgsgevangenkamp Moosberg, vertelde Paul Brown hem dat het vliegtuig in een vlakke tolvlucht was geraakt. Toen ze het niet langer onder controle hadden, probeerden ze eruit te komen, maar nadat ze hun veiligheidsriemen hadden losgemaakt, werden ze onmiddellijk met kracht tegen het plafond van de cockpit gedrukt. Door de daaropvolgende explosie werd Paul blijkbaar via een gat in het cockpitdak naar buiten geslingerd of uit het vliegtuig gezogen. George en Roy moeten hem op ongeveer dezelfde wijze hebben gevolgd. Maar George was er blijkbaar niet meer in geslaagd zijn parachute vast te maken. Volgens Paul kwamen ook de bommenrichter en de navigator op dezelfde wijze uit het vliegtuig.

In goede handen

Toen Roy uit de sloot was gekrabbeld, zag hij een bejaarde man die aan de andere kant van de sloot doodgemoedereerd een pijp stond te roken. Achter hem naderde een andere, veel jongere man in burger, die onder het voortgaan een half lopende, half hinkende vlieger ondersteunde; het bleek Paul te zijn. Roy voegde zich bij hen door een brug over te steken. Daarop brachten de twee burgers de beide Amerikanen terug over de brug en vervolgens door een veld naar een boerenwoning, waar ze door de vrouw des huizes werden verwelkomd. Roy werd onmiddellijk naar een slaapkamer gebracht waar hem een grote badhanddoek werd gegeven; bovendien liet men hem een overhemd, een broek en een paar klompen zien. De Amerikaan begreep wat de bedoeling was en trok de spullen aan.

Toen hij even daarna als 'burger' naar de keuken terugkeerde, zag hij dat de tafel voor twee personen was gedekt en dat er "koek en een warme drank" op stonden. Intussen probeerden de mensen met hen te praten, maar tevergeefs: de taalbarrière bleek onoverkomelijk. Na ongeveer twintig minuten arriveerde een Nederlandse politieman, die hen in het Engels aansprak. Roy vertelde hem dat hij zijn kaart van Europa kwijt was en vroeg de Nederlander of deze hun een dergelijke kaart zou kunnen verschaffen; ook wilde hij weten of ze een kans hadden aan de Duitsers te ontkomen.

Geen kant op

Daarop trok de politieman zich met twee of drie andere mannen (van wie Roy dacht dat het buren waren) in een hoek van de keuken terug, waar ze even overlegden; al gauw echter kregen de vliegers te horen dat een ontsnappingspoging uit Emmen te riskant was. Het beste dat ze voor hen konden doen, zo meende de politieman, was ervoor te zorgen dat ze in het ziekenhuis kwamen.

In het ziekenhuis

Nadat de duisternis was ingevallen, arriveerde een ziekenauto met twee verpleegsters - 'het leken wel nonnen', aldus Joyce -- die hen naar een ziekenhuis brachten. Voordat ze het huis verlieten stopte de vrouw des huizes Roy nog gauw vier verse eieren en een paar beschuiten toe, hem met gebaren beduidend dat dit voor hun ontbijt in het ziekenhuis was.

Zodra de mannen in het ziekenhuis aankwamen, werd het voedsel hen evenwel ontnomen. Aangezien de kamers allemaal bezet waren, kregen ze bedden op de gang toegewezen. De volgende ochtend verhuisden ze naar een kamer, nadat de patiënten die daarin verblijf hielden, naar elders waren gebracht; hier lagen ze met nog zes andere vliegers bij elkaar. Naar Roy vermoedde, werden de gangen door Duitse schildwachten bewaakt.

Zo waren Paul en Roy eerst na een uur of vijf in Duitse handen: een opmerkelijk feit, aangezien de verblijfplaats van uit hun toestel gesprongen geallieerde vliegers doorgaans snel uitlekte en de Duitsers er dan ook vrijwel altijd als de kippen bij waren. Blijkbaar waren in dit geval slechts weinig mensen van de aanwezigheid van de twee Amerikanen op de hoogte geweest en hadden zij, die wel iets wisten of vermoedden, hun mond weten te houden.