English
42-31135 - Susy Sag Tits

Staande v.l.n.r.: T/Sgt Roy Kesanen, S/Sgt Will McGee, T/Sgt Jim Geraghty, M/Sgt Tom Foulds, Sgt. L. McBrayer, Sgt. Ken Haws (laatste twee niet aan boord op 6 maart 1944) Gehurkt v.l.n.r.: 2/Lt Monty Givens, 2/Lt Harry Teat, 2/Lt Ken Betts, 2/Lt Lawrence McMillian

Letter W   Vlieger 1st Lt. Montgomery Douglas (Monty) Givens Krijgsgevangene
Model Boeing B17G-BO Flying Fortress   2e Vlieger 2nd Lt. Harry James Teat Krijgsgevangene
Sqn 562BSQ   Navigator 2nd Lt. Kenneth Hanley Betts
Overleden in Annandale, VA, USA
Krijgsgevangene
24 okt. 2006
Crash oorzaak Neergeschoten door een jachtvliegtuig   Bommenrichter 2nd Lt. Lawrence Herman McMillian Krijgsgevangene
Crash Locatie Dommerskanaal nabij Weiteveen   Radiotelegrafist T/Sgt. J. Geraghty Krijgsgevangene
Time 15:30   Boordwerktuigkundige T/Sgt. Roy Eugene Kesanen Krijgsgevangene
      Buikkoepelschutter S/Sgt. Thomas Howard Foulds Krijgsgevangene
      Zijkoepelschutter S/Sgt. Willard R. McGee Overleden
      Zijkoepelschutter Sgt. Daniel Walstra Krijgsgevangene
      Staartschutter T/Sgt. Jack Edgar Karr Krijgsgevangene

De felle aanvallen van de Duitse jachtvliegers eisten meer tol; deze twee B-17's van het 562ste Squadron van de 388ste Group waren niet de enige slachtoffers die hier vielen. De B-17G 42-31135 "Suzy-Sag-Tits" van de 1/Lt. Monty D. Givens, werd tijdens de vierde aanval, vlak voor de Nederlandse grens, getroffen. Toen de Duitse vluchtleider van de aanvallende "Rotte" (twee vliegtuigen) op hem begon te vuren, 'slipte' hij op zijn aanvaller toe. Deze manoeuvre verijdelde de zorgvuldig gekozen aanvalspositie van de Duitser, zodat deze miste. Maar zijn "Rottenflieger" had meer succes en stelde met een goedgeplaatst salvo de beide stuurboordmotoren van de "Suzy-Sag-Tits" buiten bedrijf. Bovendien explodeerde een 20mm granaat in de radiocabine en nabij de linker zijluikschutter, T/Sgt. Daniel Walstra. De radiotelegrafist, T/Sgt. James Geraghty, werd door rondvliegende scherven getroffen, maar niet ernstig gewond.

Aan boord van "Suzy-Sag-Tits"

Door de frontale aanval kon Tom Foulds, de buikkoepelschutter, het vuur van de aanvallers niet beantwoorden. Hij moest zich tevreden stellen met uit te kijken naar FW190's, die vanuit lagere posities aanvielen. De Duitse jagers voerden zulke haarscherpe aanvallen uit, dat de bommenwerperbemanningen de gezichten van de vijandelijke piloten konden zien als hun vliegtuigen door de formatie "rolden".
Sgt. Foulds: "Ik voelde een duidelijke schok toen ons vliegtuig werd getroffen. Bij de tweede of derde aanval werd ik gewond, toen 20mm granaten mijn koepel troffen en er in explodeerden, waardoor granaatscherven door de koepel ricocheerden. Later bleek dat ik ongeveer veertig wondjes in beide benen en in mijn nek had; de meeste waren klein en ondiep. Mijn "interphone" functioneerde niet meer en ik kon zien dat de beide stuurboordmotoren in brand stonden. Ik opende derhalve het luik en keek in het zijluikcompartiment. Sgt. Walstra was bezig het zijluik open te trappen en gaf me door een gebaar te kennen hem te volgen en het vliegtuig te verlaten. Ik deed mijn parachute aan en begaf me naar het ontsnappingsluik. Sgt. Geraghty kwam achter me aan. Toen ik Sgt. McGee (de rechter zijluikschutter) passeerde, stond hij nog steeds achter zijn machinegeweer en vuurde onophoudelijk. Het scheen dat hij niet gewond was."

"Abandon aircraft!" (vliegtuig verlaten!)

De "Suzy-Sag-Tits" was er slecht aan toe. Twee motoren stonden in brand en ook was er vuur in de romp; zware rookwolken drongen de cockpit binnen. Het was duidelijk dat de bemanning het vliegtuig moest verlaten, maar niet voordat Givens' rugkoepelschutter, T/Sgt. Roy E. Kesanen, een van de aanvallers had getroffen (Andere bemanningsleden bevestigden dat de jager omlaag ging). Nadat Givens, die bang was dat de brandstoftanks zouden exploderen, het sein "abandon aircraft!" (toestel verlaten) had gegeven, meldden de mannen een voor een dat ze gingen springen; de staartschutter, S/Sgt. Jack E. Karr, via het kleine ontsnappingsluik in de staart, omdat hij vanwege de ravage het middencompartiment niet meer kon bereiken.
In de consternatie had Givens niet gemerkt, dat Sgt. McGee zich niet had gemeld. De bommenrichter, de navigator en de tweede piloot gingen er allen via het voorste ontsnappingsluik uit. Givens stelde de automatische piloot in werking en kon het vliegtuig nog even horizontaal houden. Toen begon het echter te klimmen en dreigde het af te glijden. Snel volgde hij toen de anderen via het luik. Givens trok vrij gauw aan de trekbeugel van zijn valscherm, dat zich daarop met een ruk opende. Om zich heen kijkend telde hij nog acht parachutes, zodat alle mannen op een na het vliegtuig hadden kunnen verlaten. Hij wist toen nog niet dat Sgt. McGee gedood was. Waar Givens precies daalde is niet bekend.

Avonturen in Drents veengebied

"Toen ik me van mijn parachute had kunnen ontdoen en rondkeek, zag ik vlak bij me twee andere leden van de bemanning: mijn navigator (2/Lt. K. H. Betts) en mijn staartschutter (Sgt. Daniel Walstra). We liepen Ilaar elkaar toe en besloten in tegengestelde richting te gaan om te zien of we een schuilplaats voor de nacht konden vinden. Toen kwamen er twee jongens van een jaar of vijftien naar ons toe en die namen ons mee naar een nabijgelegen boerderij. Daar waren twee oudere mannen en nog wat vrouwen en kinderen. Ze gaven ons koffie en brood.
We probeerden aan de weet te komen of ze van plan waren ons te verstoppen, toen er een jongeman van een jaar of twintig binnenkwam, die wat Engels sprak en zei dat we als de weerlicht moesten verdwijnen. De oudere mannen smeten hem er echter uit en hielden ons met bijlen tegen. Ondertussen hadden verscheidene mensen zich op het erf verzameld en kwam er een Nederlandse politieman op ons af, die ons op wapens fouilleerde. Enkele minuten later arriveerde een Duitse soldaat op een motorfiets en beval ons hem te volgen. Onderweg vertelde een onderwijzeres, die ons samen met de overige mensen volgde, dat de boeren ons voor geld hadden aangegeven. Ze zei dat het slechte Nederlanders waren. Ik kan nu slechts medelijden met hen hebben, maar dacht er toen wel iets anders over! We werden in een truck geladen en naar Leeuwarden gebracht, waar we werden ondervraagd. Pas toen hoorde ik dat McGee dood was. Ook de meesten van mijn bemanning en onze kamergenoten waren daar. Van Leeuwarden werden we naar Amsterdam gebracht en vandaar naar Frankfurt, waar we aan Stalag I te Barth (Duitsland.) werden toegewezen."

Sgt. Foulds verging het als volgt: "Ik sprong er na Sgt. Walstra uit en wachtte ten minste een minuut met het openen van mijn parachute om van het vliegtuig vandaan en lager te komen. Toen ik de grond naderde, werd het me duidelijk dat de wind me in een kanaal zou doen belanden. Aangezien ik met al mijn zware kledij en parachute niet graag in het water terecht wilde komen, liet ik de lucht uit mijn parachute ontsnappen en kwam toen erg hard neer op de geplaveide oever van het kanaal. De schok van de landing verlamde me praktisch vanaf de heupen. Na mijn parachute te hebben verwijderd, kroop ik tussen een groepje bomen. Twee plaatselijke bewoners namen me mee in een huis en verleenden mij eerste hulp. Daarop arriveerden vier Duitse soldaten, die me in hechtenis namen. Later, in het ondervragingscentrum te Frankfurt, werd mij verteld dat het lichaam van Sgt. McGee in het wrak van ons vliegtuig was aangetroffen. De wrede ironie van het lot wilde dat zijn tweelingbroer, die boordschutter in een andere Group van de Achtste Luchtmacht was, slechts drie dagen tevoren gesneuveld was."