English

Photo courtesy of Etienne du Plessis

AVRO Lancaster MK III, DV287, SR-N, RAF 101 sqn.

Op de avond van de 14de januari 1944 viel het vliegtuig, dat deel uitmaakte van een strijdmacht van 498 bommenwerpers welke die avond een aanval ondernam op Brunswijk, ten prooi aan het jachttoestel van Oblt. Martin Drewes en zijn boordmarconist Uffz. Erich Handke.

Het Duitse toestel was die avond om 17.55 uur opgestegen van Leeuwarden en werd geleid door de gevechtsleidingsofficier van het radarpeilstation 'Eisbar' bij Sondel. Het wilde hun deze avond aanvankelijk niet lukken. Toen de gevechtsleider hun meldde dat ze zich in de bommenwerperstroom bevonden, zagen ze de eerste bommenwerper op een afstand van ongeveer 300 meter op tegenkoers voorbijvliegen. Tijdens het naar binnen draaien zagen ze nog verscheidene andere bommenwerpers op een afstand van ongeveer 300 tot 500 meter boven hen passeren. Ze waren echter niet in staat een aanval te ondernemen, voorname!ijk doordat ze in een machine vIogen die nog met de oude 'Lichtenstein' was uitgerust; deze werd gestoord door de strookjes zilverpapier die door de bommenwerpers werden uitgeworpen.

Maar tegen half zeven keerden hun kansen. Door de gevechtsleider werden ze naar een vijandelijke bommenwerper geleid, totdat ze de op een hoogte van 6000 meter vliegende tegenstander met het blote oog konden waarnemen. Het toestel had er blijkbaar geen erg in dat het door een nachtjager werd beslopen want het bleef pal rechtuit vliegen. Handke gaf het 'Pauke, Pauke!' aan het grondstation door. Ratelend flitste een vuurstoot uit de lopen.

Vrijwel meteen brandde de bakboordvleugel; daarna brak er ook in de romp van de bommenwerper brand uit. Even later stortte het vliegtuig gehuld in vlammen in de diepte en explodeerde vlak boven de grond, '20 km ten noordoosten van Meppel', zoals Handke in zijn logboek optekende. Het was 18.30 uur, dertig minuten voor 'Uur 0', het begin van de aanval dat was vastgesteld op 19.00 uur. Het was de laatste 'Abschuss', die Drewes en Handke met normale boordwapens (in de neus van het vliegtuig) boekten; daarna werd hun machine uitgerust met de z.g. 'Schrage Musik' - in de rug van het vliegtuig gemonteerde, schuin naar boven gerichte kanonnen. Deze maakten de traditionele en nog altijd vrij gevaarlijke wijze van aanvallen van achteren en onderen overbodig. Met de 'Schrage Musik' schoof de nachtjager op een evenwijdige koers onder de bommenwerper, die immers van onderen blind was, omdat hij niet zoals de Amerikaanse bommenwerpers met een buikkoepel was uitgerust. De rest was vrij eenvoudig: het vizier werd ingesteld, dikwijls op de vleugeltanks. en een druk op de knopoen deed de rest. Verscheidene bommenwerperbemanningen moeten er in die laatste ogenblikken geen benul van hebben gehad hoe en vanwaar het noodlot zo plotseling toesloeg.

De heer Jac. Hoving, thans wonende te Emmen, op wiens land aand de Westra's Wijk neer nabij het grensdorp Klazienaveen delen van het vliegtuig neerkwamen, bericht: 'Het zal plm. 5 uur in de namiddag zijn geweest en we zouden juist aan tafel gaan. Opeens werd het buiten helder licht en hoorden we een verschrikkelijk lawaai. Het bleek een brandend vliegtuig te zijn, dat rakelings over onze boerderij was gegaan. Toen we buiten kwamen ontplofte het juist op, of beter gezegd in de grond, plm. 800 meter achter onze boerderij. Het was alsof de gehele omgeving in brand stond. Hoving, die onderduikers in huis had, vond het raadzaam zich voorlopig maar niet te laten zien en bleef binnen.

Acht bemanningsleden kwamen bij de crash om het leven. Eén van de lijken, dat zo te zien ongeschonden was, lag dicht bij de boerderij. 'Het was een knappe jonge kerel', herinnert Hoving zich. 'Hij droeg een parachute en was in de weke grond geslagen (een zichtbaar op hem lijkende zuster is later nog bij ons geweest)'. Het feit dat de man een parachute droeg duidt erop, dat de bemanning op het punt heeft gestaan het vliegtuig te verlaten - helaas is hun dit niet meer gelukt. De lijken werden ter plaatse gekist en op de algemene begraafplaats van Nieuw-Dordrecht begraven. Eén bemanningslid wist, mede door het feit dat hij boventallig was ten opzichte van de standaard zeven- tot achtkoppige bemanning, te ontkomen. Zijn naam was Alex Walmsley.

De Lancaster was totaal vernield - de uitgebrande wrakstukken werden door een ploeg arbeiders onder toezicht van de Duitsers opgeruimd. De heer T. Groenwold, die in het bezit was van enkele grote wagens, kreeg opdracht de brokstukken van het land te halen.

Entry uit het originele RAF Oorlogsjournaal van die datum

14/15 januari 1944

496 Lancasters en 2 Halifaxes op de eerste belangrijke raid op Braunschweich dit jaar. 38 Lancasters verloren, 7.6 procent van de ingezette capaciteit. Het Duitse live verslag van de aankomende bommenwerpervloot was op maar 40 mijl uit de Engelse kust al te horen en een groot aantal Duitse jagers mengde zich in de stroom van toestellen net nadat ze de kust bij Bremen was gepasseerd. De Duitse jagers scoorden geregeld tot de Nederlandse kust op de terugweg werd gekruist. Van de verloren vliegtuigen gehoorden 11 toestellen tot de Pathfinders. Braunschweich was kleiner dan de normale doelen voor Bomber Command en deze raid was geen succes. In het verslag van de stad wordt gesproken van "maar een lichte aanval" met bommen in het zuiden van de stad die maar 10 huizen hadden vernield en 14 mensen gedood. De meeste bommenlast viel hetzij in de  velden of in Wolfenbüttel en andere kleine dorpjes flink ten zuiden van Braunschweich.

Crew
Joseph W. (Joe) Slater v.l.n.r. boven: Len Easdon, Pete "Jock" Mitchell, Stan Watchorn, J.R. Preedy (geen crewmember ten tijde v/d crash), onder: George McLatchie, Joe Slater, Arthur Schneider
Stanley E. Watchorn
Leonard Easdon
Arthur W.K. Schneider
John F. Stafford
Peter Mitchell
Maxwell C. Patterson
George T. McLatchie
Alexander H. Walmsley

 


View Larger Map