English


Grotere kaart weergeven

RAF CONINGSBY

Dit veld werd voor het eerst genoemd in een uitbreidingsprogramma in 1937 maar een trage voortgang in de noodzakelijke aankoop van het land en aanverwante problemen vertraagden het werk twee jaar lang. Het was oorspronkelijk gepland als een permanente basis met Type C hangars maar die werden verruild voor twee van het veelzijdigere Type J. Een groot gedeelte van het kamp, met toegang tot de A153 autoweg, was klaar voor de oorlog begon. Het veld was pal zuid van het kleine plaatsje Coningsby gelegen, zeventien kilometer van Sleaford, en had bij de opening aan het eind van 1940 een grasbaan.

Het eerste Bomber Command squadron dat op de basis werd gestationeerd was No. 106, dat in februari 1941 vanaf Finningley met Hampdens kwam en dat de eerste paar weken voornamelijk belast werd met mijnenleggen. In maart arriveerde No. 97 Squadron met Manchesters vanaf Waddington. Het vloog haar eerste raid met dat type in de nacht van 8 op 9 april, 1941. No. 97 had het moeilijk met haar vloot, ze werden operationeel flink gelimiteerd door motorproblemen, en in juli en augustus werd de Manchester aan de grond gehouden waarop de crews Hampdens van No. 106 Squadron leenden voor hun missies. Maar toen No. 106 in de zomer van 1942 ook overging op het slecht presterende toestel ging het hun niet veel beter af. In januari 1942 kwamen de eerste Lancasters bij No. 97 aan maar omdat de zwaardere machines het veld spoorvorming veroorzaakten op het veld verhuisde het squadron naar Waddington in maart. No. 106 kreeg haar eerste Lancasters in mei 1942 maar bleef op Coningsby gedurende de zomer voor het in september dat jaar verhuisde naar de verharde baan op Syerston. Tijdens de periode dat de Manchester vanaf Coningsby vloog zijn er 17 toestellen verloren gegaan.

Coningsby werd vervolgens gesloten voor de aanleg van een betonnen banenstelsel met een contract van £200,000. De banen werden als volgt gelegd: 08-26 voor de hoofdbaan van 1828 meter; 04-22 met 1280 meter en 13-31 met 1417 meter. Ongeveer 36 cirkelvormige opstelplaatsen werden rondom het veld gelegd tijdens het eerste jaar maar er was geen omringende taxibaan en er lagen twee platformen, bereikbaar via geasfalteerde banen, lagen aan de oostkant, aan de andere kant van de Stub Hill Road. Tijdens de aanleg van de nieuwe taxibaan gingen er een paar opstelplaatsen verloren en zeven lussen werden ter vervanging toegevoegd. Voor het Ministerie van Vliegtuigproductie werd aan de westzijde van het technisch terrein een B1 Hangar gebouwd en later werden drie Type T2's voor No. 54 Basisonderhoud geplaatst achter de meest westelijke J hangar. Op drie verspreide locaties verscheen additionele accomodatie, één voor WAAF's, ten oosten van Coningsby, vergrootte de limiet van het station naar 2.196 mannen en 384 vrouwen. 

Coningsby werd heropend in augustus 1943 met de Lancasters van het beroemde No. 617 Squadron dat verhuisde vanaf Scampton. Als squadron dat betrokken was bij speciale operaties waren de activiteiten voor No. 617 op Coningsby enigszins beperkt. De meest noemenswaardige missie was de desastreuze raid op lage hoogte op het Dortmund-Eemskanaal waarbij vijf van de acht ingezette Lancasters niet meer terugkwamen. Omdat het squadron meer opstelplaatsen nodig had, ruilde het in januari 1944 van station met No. 619 op Woodhall Spa.

In februari 1944 werd het vliegveld de basis voor twee squadrons tegelijk met de komst van No. 61 Squadron vanaf Skellingthorpe waar reparaties werden uitgevoerd aan de baan. No. 61 verhuisde terug naar Skellingthorpe in april en No. 619 werd verplaatst naar Dunholme Lodge.

Coningsby werd geselecteerd als basis voor twee squadrons die waren gespecialiseerd in doelmarkering voor nachtelijke precisieaanvallen die No. 5 Group moest gaan uitvoeren. Voor dit doel keerden twee van haar Lancaster squadrons die maanden daarvoor naar No. 8 Pathfinder Group waren overgeplaatst om de nodige ervaring op te doen, terug. Dit waren No. 83 en 97 Squadron, waarvan de laatste al eerder op Coningsby gestationeerd was geweest, ze arriveerden beide in april 1944. Ze zouden tot het eind van de oorlog van het veld gebruik maken. Op bevrijdingsdag stond de teller op 175 verloren Bomber Command toestellen die operationeel vanaf dit veld vertrokken waren. Zeventien hiervan waren Manchester, 57 Hampdens en 101 Lancasters.

No. 83 en 97 Squadrons bleven tot en met November 1946 op de basis gestationeerd, tijdens die zomer net uitgerust met Lincolns during the summer. ze werden vervangen door No. 109 en 139 Squadron met Mosquitos tot deze in 1950 naar Hemswell gingen, het veld waar ook de Lincolns naartoe waren vertrokken. Aan het eind van het jaar ontving Coningsby Washingtons, een aantal van acht in elk van vier squadrons, maar na drie jaar maakten de Washingtons plaats voor Canberras. Het daaropvolgende jaar vertrokken deze zodat de hoofdlandingsbaan, 08-26, verbouwd en verlengd kon worden naar 2500 meter. Toen de basis twee jaar later heropend werd herbergde het wederom Canberra's tot de eerste V-bommemwerpers arriveerden in 1961. De Vulcan squadrons vertrokken eind 1964 en daarna had Coningsby twee jaar lang geen vaste bewoners tot de basis werd geselecteerd voor een operationele conversie unit voor Phantoms en, later, daadwerkelijk Phantom squadrons.

In de vroege tachtiger jaren was Coningsby de eerste RAF basis waar gewapende betonshelters werden gebouwd. In 1985 werd er een OCU opgezet als trainingsbasis voor Tornado F3 straaljagers. De Battle of Britain Memorial Flight, de eigenaar van de enige luchtwaardige Lancaster in Europa (de andere bevindt zich in Canada), is gestationeerd op deze basis. Sinds 1976 maakt ze gebruik van de B1 hangar.